in , ,

Kom maar op met de nieuwe VAR-module!

Vorig jaar september meldde de overheid dat de papieren Verklaring Arbeidsrelatie wordt vervangen door een internetmodule. De bedoeling is na een testperiode in 2013 de module per 1-1-2014 landelijk in te voeren. Hoewel nog niet bekend is hoe de online VAR-module eruit gaat zien, kondigden zzp-clubs deze week aan dat zij met een alternatief komen. Terwijl er momenteel enorm veel tijd (en dus gemeenschapsgeld) wordt verspild door de VAR-gekte en de VAR-module wel eens eindelijk het probleem van de schijnzelfstandigen zou kunnen helpen oplossen.

Note: dit artikel is langer dan je van ons gewend bent, en waar ik het verder over VAR heb bedoel ik de VAR winst uit onderneming.

 

Doel van de VAR: schijnzelfstandigheid voorkomen

De VAR werd in 2005 ingevoerd als facultatief instrument voor opdrachtgevers om hen duidelijkheid te verschaffen over de status van zelfstandige ondernemers die langere tijd werkzaamheden voor hen uitvoeren die ook in loondienst worden uitgevoerd.

De Belastingdienst wilde voorkomen dat opdrachtgevers achteraf kunnen worden geconfronteerd met nog af te dragen loonheffingen en werkgeverslasten voor zelfstandig ondernemers die eigenlijk bij hen in loondienst hoorden te zijn.

Praktijk bewijst dat de VAR inmiddels zijn doel voorbij is geschoten

Dat de huidige VAR in Nederland zijn doel (schijnzelfstandigheid voorkomen) voorbij is geschoten, kan ik alleen maar illustreren met voorbeelden.

Twee mailwisselingen uit 2012 waren de aanleiding voor dit artikel. Ze komen uit mijn eigen ondernemerspraktijk. Ten tijde van beide opdrachten was ik voor de Belastingdienst naast ondernemer ook werkgever.

Voor de mailwisselingen eerst de ‘disclaimer’ dat ik deze niet in de openbaarheid deel om mijn gram te halen. De opdrachtgevers zijn uitstekende opleidingsinstituten, de mensen aldaar waren allemaal vriendelijk en ik heb uiteindelijk ook zonder VAR netjes betaald gekregen.

De voorbeelden zij geanonimiseerd en dienen puur om te laten zien wat voor ongewenste bij-effecten de huidige VAR heeft en hoeveel tijd en (gemeenschaps-)geld hierdoor wordt verspild.

Excessen van de huidige VAR: 2 voorbeelden

Als ondernemer run ik een cross media uitgeverij en ben daarnaast schrijver en spreker. Daar presentaties/workshops voor steeds wisselende klanten zijn en nooit langer duren dan pakweg 4 uur, kan er nooit sprake zijn van schijnzelfstandigheid. Er is immers geen werkgever zo gek iemand in loondienst te nemen voor 1, 2 of 4 uur per jaar.

Als bedenker van een marketingfilosofie krijg ik nogal veel aanvragen voor gastcolleges. Omdat ook mijn hypotheek betaald moet worden bezoek ik alleen die opleidingen die beseffen dat ook de tijd van ondernemers waarde heeft en die bereid zijn een fatsoenlijke vergoeding te betalen (uiteraard wel een die past bij het feit dat opleidingen met belastinggeld worden gefinancierd).

Voorbeeld 1: uren verspillen aan VAR-gedoe

Voorjaar 2012 meldde zich een opleiding bij me die een gastcollege van 1,5 uur wilde over mijn marketingverhaal. Het was een leuke opleiding en de opdrachtgever (hierna X genoemd) was erg aardig. We spraken een datum en tijd af voor een gastcollege dat enkele maanden later zou plaatsvinden.

Vlak voor de afgesproken datum meldde X zich om me nog even te herinneren aan het gastcollege en vond onderstaande mailwisseling plaats.

Ik antwoordde dat ik verder niks nodig had en op de dag van het gastcollege verliep alles uitstekend.

Na afloop stuurde ik mijn  factuur die werd vergezeld door de afgesproken kopie van een id-bewijs. Een paar dagen later volgde onderstaande mailwisseling waarin stond dat er omdat ik geen VAR heb, een bepaald formulier ingevuld moest worden.

Een paar dagen later volgde een mail van administratieve collega Y.

Uiteraard vulde ik het formulier dezelfde dag braaf in, stopte het in een envelop, plakte er een postzegel op en bracht het naar een brievenbus. Dat allemaal in de veronderstelling dat mijn factuurtje nu eindelijk kon worden betaald.

De volgende dag kwam er weer mail van administratiedame Y.

Uiteindelijk werd de factuur een paar weken laten keurig betaald. Maar wel pas nadat 3 mensen er ieder een paar uur in hadden gestopt omdat de verantwoordelijke voor de administratie bij deze onderwijsinstelling in de veronderstelling verkeert dat ook voor elk eenmalig gastcollege waarin een ondernemer zijn of haar ervaring deelt met studenten, de overheid denkt dat er mogelijk sprake is van een ‘arbeidsrelatie’.

Voorbeeld 2: of ik even wilde frauderen

Een paar maanden later kwam er een verzoek van een ander opleidingsinstituut of ik een gastcollege van 1 uur wilde verzorgen. Een stagecoördinator wilde dat ik op een stageterugkomdag van een opleiding richting ondernemerschap vertelde over mijn ondernemerservaringen.

Dat gebeurde een aantal weken later op een vrijdagochtend en ik stuurde na afloop zoals afgesproken een factuur. Twee dagen na het sturen van die factuur volgde onderstaande mailwisseling met weer een administratiedame, hier verder Z genoemd.

Om 16.30 uur werd ik gebeld door een manager van Z. Het leek hem verstandig elkaar even te spreken. Mij ook. Ook hij had de regels bij die opleiding niet bedacht. Hij snapte dat ik niet van plan was btw-fraude te plegen omdat er bij hen iemand was doorgeslagen als gevolg van de VAR-gekte. Mijn factuur werd enkele weken later keurig betaald.

Waar is het fout gegaan?

Het vervelende aan de voorbeelden hierboven is dat je de administratieve medewerkers (beiden werken bij opleidingsinstituten met meer dan 10.000 studenten) niets kwalijk kunt nemen. Zij krijgen van bovenaf opgelegd aan elke gastdocent een VAR te vragen. En zij zijn niet de enigen. De afgelopen jaren heb ik ervaren dat ook andere grote (overheids-)organisaties van allerlei ondernemers die iets voor hen doen een VAR vragen. Onafhankelijk van de duur van de verleende dienst.

Maar hoe kan het in hemelsnaam dat mensen op dat hogere niveau in de veronderstelling zijn dat men bij elke factuur van een ondernemer – hoe klein ook – een VAR in de administratie moet opnemen? Het antwoord is simpel. Bij (semi-)overheden en grote organisaties werken veel risicomijdende mensen (gelukkig maar). Er wordt in de media zo vaak geschreven dat er in Nederland een probleem is met schijnzelfstandigen dat zij bang zijn iets verkeerd te doen op dat vlak.

Men bestempelt dus alles maar als mogelijke arbeidsrelatie en voert in dat er altijd een VAR moet worden gevraagd of dat er met een IB47-formulier moet worden gewerkt. Met als gevolg dat in het tweede voorbeeld ondernemers zelfs onbewust wordt verzocht te frauderen. Ik kan me namelijk niet indenken dat ik de eerste ondernemer zonder VAR ben die op die opleiding een gastcollege heeft verzorgd (maar door het telefoontje van de manager van Z werd mij wel duidelijk dat ik de eerste ondernemer ben die dat weigerde).

Ik denk niet dat er bij de invoering van de VAR in 2005 één betrokkene is geweest die er rekening mee hield dat in Nederland een situatie zou ontstaan dat ondernemers voor klussen van 1 of 2 uur gevraagd zouden worden een VAR en ID-bewijs te overleggen.

Gelukkig heeft de overheid al een tijdje in de gaten dat de huidige VAR zijn doel voorbij is geschoten. De staatssecretaris van Financiën kondigde daarom in september aan de huidige VAR per 1 januari 2014 te vervangen door een webmodule waar opdrachtgevers per opdracht vrijwillig gebruik van kunnen maken. Hij deed dat in een kamerbrief die eigenlijk ging over het feit dat zzp’ers in Nederland geen aparte status krijgen.

Van papieren VAR naar webmodule en de zzp-clubs

Sinds de publicatie van de kamerbrief over de komst van een webmodule zijn de belangenverenigingen voor zzp’ers (ZZP Nederland, FNV Zelfstandigen, Zelfstandigen Bouw en Platform Zelfstandige ondernemers) bezorgd dat die hun leden opzadelt met nóg meer werk en onzekerheid. De clubs pleiten al jaren voor afschaffing van de VAR en kondigden deze week aan met een alternatief te komen voor de VAR-module.

In veel branches kost de VAR zzp’ers onnodig veel tijd en gedoe. Schijnzelfstandigheid komt namelijk lang niet in alle branches voor. In de branches waar het wel voorkomt weerhoudt de VAR werkgevers er niet van mensen te ontslaan en vervolgens die ex-werknemers of anderen tegen slechtere voorwaarden hetzelfde werk te laten doen.

Zonder precies te weten hoe de VAR-module eruit komt te zien hebben zzp-organisaties een alternatief ontwikkeld. Wat zij willen is dat er onder meer een eenduidige definitie van ondernemerschap komt, persoonlijke selectie aan de poort (KvK) met jaarlijkse monitoring en handhaafbare registratie van ondernemerschap. Met deze aspecten hopen de organisaties voor elkaar te krijgen dat startende ondernemers beseffen waar ze aan beginnen en dat schijnzelfstandigheid en koppelbaaspraktijken worden uitgebannen. Ook willen organisaties vage procedures en administratieve rompslomp uit de weg ruimen.

Het probleem zit niet bij de zzp’ers waarvoor de VAR bedoeld is

De zzp-organisaties focussen zich zo op hun eigen leden (veelal ‘echte’ zzp’ers die langlopende opdrachten uitvoeren voor enkele opdrachtgevers per jaar) dat ze voorbij gaan aan het twee belangrijke andere groepen:

1. opdrachtgevers die door hun gebrek aan kennis over de VAR tijd verspillen met een groeiende verzameling onnodige VAR’s archiveren en

2. ondernemers (die geen zzp’er zijn met langlopende opdrachten) die onnodig tijd kwijt zijn aan onterecht aangevraagde VAR’s verstrekken.

In 2010 stelde ik in een column in Het Financieele Dagblad voor om de VAR af te schaffen en de Belastingdienst in haar almachtige systeem bij elke fiscaal ondernemer een vinkje te laten zetten. Zodat opdrachtgevers die twijfelen of een opdrachtnemer daadwerkelijk ondernemer is dat op een centrale plek kunnen checken. Van een contactpersoon bij een van betrokken ministeries heb ik begrepen dat dat precies is wat de nieuwe module beoogt.

Wat mij betreft zouden de opdrachtgevers het initiatief moeten nemen de VAR-behoefte te checken. Zij bepalen immers wat de basis is waarop iemand werk voor hen doet – zij zijn het die de keuze maken iemand in loondienst te nemen of een ondernemer in te huren.

De ideale VAR-module

Een organisatie die een zelfstandige wil inhuren zou bijvoorbeeld, na ontvangst van het burgerservicenummer/btw-nummer van de potentiële opdrachtnemer, 24 uur per dag online via een vragenlijst met vinkjes onder andere kunnen achterhalen of de opdracht lang genoeg duurt om een VAR-check te moeten doen. Indien de ondernemer VAR-waardig is en desbetreffende opdracht een VAR vereist, kan de opdrachtgever dan indien gewenst meteen een VAR voor die opdracht printen.

De ondernemer zou dan alleen de wettelijke plicht moeten hebben jaarlijks zelf even zijn ondernemersstatus te bevestigen, de verantwoordelijkheid moeten hebben bij verandering van die status die binnen 1 week te wijzigen in het systeem, en aan elke nieuwe opdrachtgever diens burgerservicenummer/btwnummer hoeven te verstrekken.

Ik denk zomaar dat zelfstandigen minder tijd kwijt zijn met onder elke opdrachtbevestiging hun opdrachtgever uitnodigen hun VAR te checken dan nu. En ik denk dat integere opdrachtgevers na een aantal bezoeken aan zo’n web-module vanzelf leren dat ze die check veel minder vaak hoeven uit te voeren dan ze nu denken.

Schijnzelfstandigheid eindelijk op de juiste plek aanpakken

Door een webmodule met daarachter een automatisch systeem kan de overheid eindelijk makkelijk achterhalen welke ondernemers langdurige opdrachten uitvoeren, en vooral welke bedrijven (en detacheringsbureaus) vaak zelfstandigen inhuren voor langdurige opdrachten. Met actieve controles van de arbeidsinspectie en keiharde boetes voor kwaadwillende opdrachtgevers en malafide bemiddelaars zijn we dan eindelijk terug bij het doel van de VAR: schijnzelfstandigheid terugdringen.

Want laten we eerlijk zijn: het probleem van de schijnzelfstandigheid, de uitholling van onze sociale zekerheid en de onderbetaling van zelfstandigen die daarmee gepaard gaan, worden vooral veroorzaakt door werkgevers die (onder andere als gevolg van de uitknijppraktijken bij openbare aanbestedingen!) zo min mogelijk goed beschermde werknemers willen hebben.

Niet door zelfstandig ondernemers die met hard werken een belegde boterham willen verdienen.

Written by Karen Romme

Ondernemer sinds 1991 en sinds 1998 is het ondernemerschap zelf mijn vakgebied. Ben het bekendst van mijn boeken over Calimeromarketing Was daarnaast columnist (voor het FD), toezichthouder (bij Theaters Tilburg) en RvA-lid (bij oa Start Foundation). Mijn nieuwste boek is het Handboek Is ondernemen iets voor jou? dat deel uitmaakt van een nieuwe lesmethode ondernemerschap voor MBO, HBO en VO.

2 Comments

Leave a Reply
  1. Bizar, want zo te zien volkomen onnodig, dat jouw opdrachtgevers je standaard om een var vragen. Dat is namelijk alleen zinvol voor opdrachtnemers die doorgaans op twee dagen per week werkzaam zijn, daarmee 40% van het minimumloon verdienen en waarmee de relatie dertig dagen of langer duurt. Voldoet een opdrachtnemer niet aan die criteria, dan kan er ook geen inhoudingsplicht bestaan (ja, als de relatie een verkapte arbeidsovereenkomst blijkt, maar dan heeft de opdrachtgever een ander probleem). Als ik het verhaal zo lees is bij jou van ‘doorgaans op twee dagen per week’ helemaal geen sprake. Jouw opdrachtgevers lopen dan geen risico op naheffingen, dus vragen om een var is echt onzinnig. Waarmee zouden die opdrachtgever zichzelf überhaupt zo’n onnodige administratieve last opleggen? Allemaal onkunde van de opdrachtgevers lijkt mij, en ze worden door de belastingdienst niet bepaald geïnformeerd over nut en noodzaak van de var. Het zou al zoveel schelen als de belastingdienst op zijn website informatie voor opdrachtgever zou plaatsen!

    Opdrachtgevers hebben simpelweg behoefte aan maximale zekerheid,: de zekerheid dat er niet achteraf nog afgedragen moet worden aan de belastingdienst. Het var systeem, mits correct en niet te overdreven uitgevoerd, functioneert in die zin op zich best goed. Een webmodule zou daar niet zoveel aan hoeven veranderen. Echter, ik heb begrepen dat met invoering van de webmodule ook sneller dan nu aangenomen gaat worden dat een relatie met een zzp’er een echte arbeidsovereenkomst is. De var die met de webmodule wordt gecreëerd heeft nog maar een zeer relatieve waarde als vrijwaring, want vertoont de relatie feitelijk kenmerken van een arbeidsovereenkomst, dan kan de opdrachtgever tóch een naheffing krijgen terwijl nu nog kwade trouw van de opdrachtgever moet worden bewezen. Met andere woorden: meer risico’s voor de opdrachtgever, selectie van opdrachtnemers op mate van risico, dus mogelijk minder opdrachten voor ZZP’ers en voorkeur voor grotere bedrijven of werken via bureaus.

    Of de plannen van die drie verenigingen zinvol zijn kan ik nog niet zo beoordelen. Ik heb tot nu toe in ieder geval nog niet gezien op welke manier aan de behoefte van opdrachtgevers tegemoet gekomen wordt, op welke manier deze partijen zekerheid willen bieden dat noch opdrachtgevers, noch hun achterban naheffingen krijgen.

  2. Hallo Miranda, bedankt voor je reactie. Ik heb de voorbeelden inderdaad gedeeld om te laten zien wat voor bizarre situaties er zijn ontstaan omdat een groeiend aantal opdrachtgevers niet snapt wanneer ze een VAR nodig hebben.

    Inderdaad willen opdrachtgevers vooral duidelijkheid hebben over de prijs die ze ergens voor betalen en niet het risico lopen achteraf met extra kosten te worden geconfronteerd.

    Indien de nieuwe VAR module de gevolgen kan gaan hebben die jij schetst, lijkt mij daar weinig mis mee. Opdrachtgevers gaan dan ongetwijfeld alleen nog een VAR aanvragen als ze twijfelen aan het ondernemerschap van de zelfstandig ondernemer die ze willen inhuren. En als opdrachtgevers vaker kiezen voor grote bedrijven of bureau’s heeft dat meer banen bij die grote bedrijven en bureau’s tot gevolg. Da’s toch ook prima voor de maatschappij. Hoewel ik iedereen het zelfstandig ondernemerschap kan aanraden, is het toch niet heilig?

    Iemand die werk heeft dat gedaan moet worden is wat mij betreft helemaal vrij of hij dat laat doen door een zelfstandig ondernemer, door een groot bedrijf, via een bureau, door een vaste werknemer of dat hij iemand een flexcontract aanbiedt. We hebben tegenwoordig nu eenmaal heel veel smaken op dat gebied.

    Wat mij betreft is het vooral belangrijk dat de overgrote integere meerderheid van de ondernemers en hun opdrachtgevers zo weinig mogelijk last ondervinden van het feit dat er in enkele branches zo veel gedwongen schijnzelfstandigen zijn dat de overheid daar maatregelen tegen neemt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Er komt géén aparte zzp-definitie in de wet

Kleine bedrijven krijgen een kans